Wie aan de Canadese landbouw denkt, ziet algauw uitgestrekte prairies voor zich, zoals in Saskatchewan, waar een gemiddeld boerenbedrijf 720 hectare telt. Maar in de provincie Ontario zitten de meeste bedrijven.
Hier is kleinschalige landbouw de standaard. Een boerenbedrijf heeft hier gemiddeld 'maar' 98 hectare, volgens de laatste cijfers (2021). Groot of klein, ruim 97 procent van alle Canadese boerenbedrijven zijn familiebedrijven, stelt Kelly Daynard, uitvoerend directeur van 'Farm and Food Care Ontario'. “En daar zijn we erg trots op.“
De boerderij van de familie Theiler telt ongeveer 70 melkkoeien en 550 melkgeiten.
Wapperende vlag
Theiler Farms ligt op 25 minuten rijden ten zuidoosten van de hoofdstad Ottawa, aan de oostkant van Ontario. Dit is een vrij uitgestrekt gebied dat voornamelijk wordt gekenmerkt door de vele melkvee- en akkerbouwbedrijven. Rechte wegen doorkruisen het landschap, alsof dit op een tekentafel ontworpen is. De boerderijen liggen ver uit elkaar en zijn bereikbaar via een aparte toegangsweg, waar aan het begin altijd een Canadese vlag wappert. De boerenbedrijven liggen tussen de velden. Vele hebben de, voor Noord-Amerika typische, hoge opslagsilo’s. De vier silo’s bij Theiler reiken tot 30 meter. “Hierin slaan we luzerne, graan met een vochtgehalte van 27 procent, en 900 ton snijmaïs op“, legt Josef Theiler uit tijdens een rondleiding over zijn erf.
Het grootste deel van dit veevoer gaat naar de 70 Holstein-melkkoeien die in een grupstal staan. Dat is in Ontario nog steeds toegestaan, mits het vee twee maanden per jaar buiten staat, vertelt de 37-jarige boer. Op het bedrijf zijn ook 550 Zwitserse Saanen-melkgeiten en 380 lammeren die naar verwachting over een jaar melk zullen produceren. Het bedrijf telt 200 ha landbouwgrond, waarvan 80 ha wordt gepacht. “In een normaal jaar telen we 60 ha soja en 60 ha korrelmaïs, ongeveer 20 ha wintertarwe en de rest is grasland voor hooi en kuilvoer.“ Het stro van de wintertarwe wordt geperst en gebruikt als strooisel voor de koeien en de geiten. In goede jaren verkoopt Josef ongeveer 100 ton sojabonen en 200 ton korrelmaïs.
»Als 'kleinere' boerderij moet je kunnen improviseren.«
josef theiler
Melkquotum en duizend geiten
Josef doet niet aan eigen opfok. “Dat is economisch niet rendabel; als ik een nieuwe koe nodig heb, koop ik een koe van twee jaar oud.“ De koeien produceren ongeveer 36 liter melk per dag, met 3,2% eiwit en 4,2% vet. “We voeren gericht op een hoog vetgehalte, wat gebruikelijk is in Canada.“ Canada hanteert een quotumsysteem per kg melkvet en de melkprijs wordt vooraf vastgesteld, afhankelijk van het seizoen en de marktsituatie. Theiler Farms produceert zo’n 90 kg botervet per dag tegen een huidige prijs van 0,95 CAD (€ 0,59) per liter melk (vanaf oktober 2025).
“De vaste prijs zorgt voor inkomenszekerheid“, vertelt hij, en biedt ruimte voor experimenten. Josef pacht een melkveehouderij op vijf kilometer afstand, die leeg stond omdat er geen opvolger was. Hij bouwde de 8×8 melkstal voor 150 melkkoeien om tot een 20×20 melkstal voor geiten. Ook kocht hij een andere lege melkveehouderij op, op slechts een kilometer afstand. De gebouwen, zoals de traditionele schuur met schilddak, dateren uit het begin van de 20ste eeuw. Hij wil de gebouwen renoveren, wanneer de geitenboerderij meer ruimte nodig heeft – het doel is om 1.000 geiten te melken. “Het potentieel is er; de vraag naar geitenmelk is groot en overtreft het aanbod – en in tegenstelling tot koemelk, zijn er geen quota.“
Josef gaat graag naar veilingen om gebruikte machines en apparatuur te kopen. “Er is veel oude apparatuur voor handen; steeds meer kleine bedrijven stoppen en de grotere breiden uit en hebben andere technologie nodig.“ Om als klein boerenbedrijf te overleven, moet je kunnen improviseren, stelt hij. Hij houdt ervan om te klussen in zijn schuur en technieken te bedenken die zijn werk makkelijker maken, of om taken waar mogelijk uit te besteden.
Hij is vooral dol op zijn 'backpackers', zoals hij de jongeren noemt die al jarenlang vanuit de hele wereld naar zijn boerderij komen om bij hem te werken in ruil voor kost, inwoning en een familieband. Wanneer ze waardevolle kennis en ervaring meebrengen, dan betaalt hij ze ook. Sinds enkele jaren heeft hij ook twee mensen uit Guatemala in dienst, samen met zijn collega Walter Vandekemp, met wie hij percelen uitwisselt, en met zijn buurman Tim Moher.
Maple leaf, een Canadees symbool
Die laatste runt een akkerbouwbedrijf (sojabonen, maïs, wintertarwe) op 180 hectare land. Hij heeft ook 10 hectare “bush“, zoals Tim zijn esdoornbos noemt, dat hij heeft aangelegd voor de productie van ahornsiroop. Geen enkel landbouwproduct is meer 'Canadees' dan dit, vertelt hij enthousiast, “en het esdoornblad is hét symbool van Canada“. Als je door het land reist, kom je 'de maple leaf' overal tegen. Behalve dat het de nationale vlag siert, staat het ook groots op etiketten van voedingsmiddelen om de regionale verkoop te stimuleren. In het noordoosten van Amerika komen de juiste esdoornsoorten en het juiste klimaat samen, waardoor in het voorjaar suikersap uit de boomstam kan worden gewonnen. Canada is de grootste producent van ahornsiroop ter wereld, veel groter dan de Verenigde Staten, en is verantwoordelijk voor meer dan 70 procent van de wereldwijde productie. Duitsland is de belangrijkste afnemer buiten Amerika.
Tim nodigt ons uit voor een boswandeling. Om het sap uit de esdoorns te halen, worden er kleine gaatjes in de stammen geboord en voorzien van een kraantje met een emmer eronder. “Goede bomen kunnen tot 15 liter suikersap per dag produceren“, zegt hij. Bij commerciële productie wordt het sap via plastic slangen van de tap naar de zogeheten suikerhut geleid. In het geval van Tim is dat een houten schuur achter op het erf. Daar laat hij zien hoe het sap wordt ingekookt tot siroop – ongeveer 40 liter boomsap levert één liter ahornsiroop op. De hartelijke ondernemer maakt van de gelegenheid gebruik om een klein deel van zijn John Deere-vloot te laten zien: zijn vrouw Arlene rijdt op de zitmaaier, dochter Hayley op een terreinwagen met kiepbak en Tim op een liefdevol onderhouden John Deere-tweecilindertractor. Trots presenteert hij zijn model M, uit de eerste productieserie van 1947. Dochter Hayley lacht: “Het is showtime“.
»Geen enkel landbouwproduct is meer Canadees dan ahornsiroop.«
Tim moher
Een bezoek aan de Deere-stal
“Dat is nog niets“, zegt Tim bescheiden. We moeten echt eens bij zijn buurman Henry Doornwaard langsgaan: “Hij is gek op John Deere-trekkers“. De eerste staat al vooraan het erf. Tim weet waar hij het over heeft: “Dit is de 4320, gebouwd in 1972“. De tractor is aangesloten op een graanvijzel. Even later zal Henry deze gebruiken om een nieuwe vrachtwagenlading korrelmaïs te lossen, die hij van het veld naar de drooginstallatie heeft gebracht. Net daarachter staan de silo’s, elk met een capaciteit tot 650 ton. Het is half oktober en de maïsoogst is in volle gang.
De 69-jarige ondernemer runt het 320 ha grote akkerbouwbedrijf (ook hier: maïs, sojabonen, wintertarwe) samen met zijn zonen Garrett en Trevor, en dochter Jenna. Op een van de schuren hangt een bordje met de tekst “The Deere Pen“. Hier stalt hij een deel van zijn John Deere-tractoren. “Ja, ik ben een verzamelaar geworden“, geeft de sympathieke boer enigszins verlegen toe. Hij bezit nu vijftien tractoren. De oudste is een D-model uit 1939, en een zeldzaamheid is het 2510-benzinemodel uit 1965 met PowerShift-transmissie, dat in beperkte aantallen is geproduceerd.
»Tot 183 ton per uur is mogelijk – ik ben enthousiast.«
Jean-Luc Jaquemet
Van de zwitserse bergen naar de uitgestrekte vlakte van ontario
Terug naar de boerderij van de familie Theiler. Josef helpt zijn dochters Claire, Erika en Heidi (tussen drie en zeven jaar oud) in de auto – ze dragen tuinbroeken als echte kleine boerinnen. Hij wil zijn collega Jean-Luc Jaquemet bezoeken: “Een gepassioneerde collega die altijd klaarstaat om advies te geven“. Jean-Lucs boerenbedrijf is met 1.618 ha land bijzonder groot voor de regio. Hij verbouwt er voornamelijk sojabonen, maïs en wintertarwe. Een teeltgebied van deze omvang vereist kracht – en daar heeft hij genoeg van.
Ook hier is de maïsoogst in volle gang. Jean-Luc oogst met een John Deere X9 1000-maaidorser – en is “enthousiast“, vertelt hij. Het maaibord is bijna 14 meter breed en de machine kan tot 183 ton per uur oogsten. Op de vrachtwagen van Jean-Luc, die hij gebruikt om de vers gedorsen maïs naar zijn drooginstallatie te vervoeren, staat “Born to farm“. Op het erf staan imposante opslagsilo’s voor maximaal 30.000 ton product.
Hij vertelt ons dat zijn ouders met tien kinderen van Zwitserland naar Canada zijn geëmigreerd. Zijn vader wilde zijn vijf zonen allemaal de kans geven om een boerenbedrijf te runnen. Dat was in Zwitserland niet mogelijk; het is een klein land met een beperkte hoeveelheid landbouwgrond. In Canada waren die mogelijkheden er wel. Het familiebedrijf telt nu niet één, maar vijftien boerderijen – een onderneming van een heel andere orde.
Jean-Luc is inmiddels midden vijftig en heeft zeven kinderen. Ook zijn broers en zussen hebben kinderen. De vriendelijke boer lacht ondeugend: “We zijn nu met ongeveer honderd familieleden“. Hierdoor ziet de van oorsprong Zwitserse familie de toekomst in Ontario met nog meer vertrouwen tegemoet.
Blijf in contact.
Hebt u suggesties, kritiek of lof voor de redactie? Schrijf ons
Bemærk: Vi kan kun behandle kommentarer, skrevet på engelsk.