Geplette maïskorrels van eigen teelt vormen ongeveer een kwart van het rantsoen van de kippen.
Ze telen meer dan de helft van hun voer zelf, wekken de benodigde stroom op via zonnepanelen en werken actief aan regionale afzet van hun eieren. Duurzaamheid is geen vaag begrip, maar een manier van werken, vinden ze bij de familie Bouwhuis in Witteveen.
Het is 30 september, extreem vroeg in het jaar, als bij de familie Bouwhuis de combine het veld in gaat voor het dorsen van korrelmais.
Het gewas oogt nog wat groenig, maar de korrel is rijp. Het monster dat ze gisteren namen, liet een vochtgehalte van 27 tot 28 procent zien; keurige waarden. “Dan moet je niet langer wachten“, zegt Johan Bouwhuis, die het akkerbouwgedeelte van het bedrijf onder zijn hoede heeft. Hij laat de machine op toeren komen. Een van de kleindochters mag vandaag meerijden op de bijrijderstoel, en kijkt hoe haar opa de machine behendig de rijen in stuurt.
Kiepwagens rijden vandaag af en aan om de goudgele korrels naar huis te rijden, waar ze door de loonwerker worden geplet. Die doet dat met een stationaire machine. De korrels worden vanuit de kipper gestort in een tussenbunker, waarin ongeveer de inhoud van een halve kipper past. Van hieruit worden de korrels tot schroot vermalen en onder toevoeging van een inkuilmiddel in de naastgelegen sleufsilo gedeponeerd, waar schoonzoon Gertjan het product met de verreiker verdeelt en aanrijdt. Zo vult de silo zich gestaag.
Omdat de opbrengsten goed zijn, boven de 15 ton per hectare, gaat de mais komend seizoen in een maximaal aandeel in het rantsoen; normaal 25, nu tot wel 30 procent. “Een prachtig product“, zegt Bouwhuis, die het gewas al meer dan vijftien jaar teelt. Nog altijd is het een vrij ongebruikelijk gewas in het noorden. Destijds was hij samen met zijn broers een van de weinigen, maar inmiddels zie je het gewas vaker in het Drentse landschap. “Er is veel meer keus gekomen in vroege rassen. Dat we nu in september bezig zijn, is wel extreem vroeg hoor. We hadden dan ook een perfect groeiseizoen. Maar gemiddeld genomen lukt het tegenwoordig prima om in oktober van het land te zijn. Dat is in ieder geval ons streven.“
De juiste rassen in combinatie met stereozaai, zijn het “geheim“ van een goede korrelmais.
Eigen voer
De familie Bouwhuis streeft ernaar om zoveel mogelijk voer zelf te telen. Naast korrelmais gaat het om tarwe, dat bij de familie eveneens een kwart van het rantsoen uitmaakt. Recent verrezen er op het erf van Bouwhuis enkele glimmende graansilo’s, waarin ze 600 ton product kunnen opslaan. Deels is dat eigen oogst, deels kopen ze tarwe aan. Ook koolzaad mengen ze regelmatig bij, afkomstig van eigen teelt. Dit jaar doen ze dat niet, simpelweg omdat de prijs te goed is: de oogst verkopen levert meer op. Het betekent dat de voerleverancier dit jaar een alternatief oliehoudend product bijmengt in het kernvoer; het mengvoer dat ze op maat gemaakt aankopen, en dat de andere helft van het rantsoen vormt. “We voeren graag eigen geteelde producten, maar uiteindelijk moet de samenstelling economisch een verantwoorde keuze zijn. Aan het begin van het jaar nemen we met de nutritionist de opties door en maken we een plan.“ In het aangekochte voer zit onder meer sojaschroot, tarwe, erwten, zonnebloempitten en kalksteentjes. Behalve de prijs, de opbrengst en kwaliteit van de eigen oogst, spelen ook de producteigenschappen een rol; de verschillende ingrediënten moeten mengbaar zijn en ook simpelweg door het automatische voersysteem heen willen.
Bouwhuis heeft gekozen voor witte legkippen en daarmee ook witte eieren. Ook dat is een bewuste keuze. Witte kippen gaan efficiënter met voer om; ze hebben minder nodig om er een ei van te maken. Bovendien is het ras sterker en hebben ze een langere levensduur dan bruine. Ook dat is een vorm van duurzaamheid.
DuurzaamhEItje
Zoon Erik en schoondochter Sharon runnen een bedrijf op biologische wijze en houden 21.000 legkippen. Hiervoor kopen ze het voer aan. “We zouden ook wel zelf biologisch willen telen, maar we kunnen dat op dit moment niet recht rekenen. Zelf telen is simpelweg duurder dan voer aankopen. Bovendien is de biologische mest populair bij biologische telers, dus daar hebben we goede afzet voor“, verklaart Bouwhuis de keuze.
De afzet van de bio-eieren verloopt goed en het EKO-keurmerk spreekt natuurlijk voor zich. Maar de Bouwhuizen hebben ook een manier gevonden om hun inspanningen op het gebied van duurzaamheid in de gangbare houderij te verzilveren. Van hun kippen met vrije uitloop verkopen ze namelijk rond de 50.000 stuks per week onder hun eigen label “DuurzaamhEItje“, iets waar dochter Mirjam en haar man zich sterk voor hebben gemaakt. Behalve het grote aandeel eigen voer en de efficiënte witte kippen, wijzen ze daarbij op de productie van hun eigen energie. Die wordt opgewekt door zonnepanelen op het dak van de schuren. Sinds enkele jaren zorgt een accu ervoor dat ze ook ’s nachts op eigen stroom kunnen draaien. Verder komt het drinkwater voor de dieren uit eigen bron, dat ze zelf zuiveren. Zo bouwen ze aan een sterk merk, dat ze zoveel mogelijk afzetten via horeca, lokale handelaren en grootkeukens van zorginstellingen. “Ik zag onze eigen eieren in het ziekenhuis voorbij komen. Dat is toch wel mooi“, zegt Bouwhuis later aan de telefoon, als hij net terug is van een zware operatie.
Bedrijfsgegevens
Bedrijfsgegevens Johan Bouwhuis en zijn vrouw Rianne hebben in maatschap met hun kinderen een gemengd akkerbouw- en pluimveebedrijf in Witteveen (Dr). Zoon Erik en zijn vrouw Sharon hebben een biologisch legkippenbedrijf met 21.000 dieren en houden daarnaast zoogkoeien. Dochter Mirjam en schoonzoon Gertjan hebben een gangbare legkippenhouderij met 32.000 scharrelkippen en 40.000 kippen met vrije uitloop. Ruim de helft van het voer telen ze zelf. Dat doen ze op 170 ha zandgrond, waarop ze korrelmais, wintertarwe, koolzaad en sindskort ook suikerbieten verbouwen. Het voer voor de biologische tak wordt aangekocht. Ongeveer 1.400 vierkante meter zonnepanelen zorgen voor de eigen stroomvoorziening, waarbij een accu van 200 kW helpt om de nacht te overbruggen. Rond de 50.000 vrije-uitloopeieren per week worden afgezet onder het eigen merk DuurzaamhEItje, via winkels, horeca en zorginstellingen.
Teelt optimaliseren
Bouwhuis geniet van de samenwerking binnen het familiebedrijf. De beide pluimveebedrijven staan goed op de rails en zijn in goede handen bij de kinderen. Zelf is hij de “akkerbouwer“ binnen het geheel. “Ik moet toch ook wat houden“, glimlacht hij met een knipoog. Zijn uitdaging zit in het continu optimaliseren van de teelt. En dat is nooit klaar. Wat betreft de maisteelt valt op dat ze gebruikmaken van stereozaai: een dubbele rij mais elke 75 cm met een onderlinge rijenafstand van 10 cm. “Daarmee hebben de kolven iets meer ruimte om goed af te rijpen. Bovendien scheelt het me bij de zaai. Ik kan tot 15 km per uur rijden, omdat de zaaielementen minder hard hoeven te draaien.“ Schijveneggen en zaaien doet Bouwhuis met een 6-meterse combinatie, ook gericht op capaciteit. “We hebben goede ervaringen met niet-kerende grondbewerking, maar met steeds minder herbiciden wordt die aanpak wel onzeker. Vandaar dat we nu ook een ekoploeg hebben gekocht. Daar ben ik wel gecharmeerd van. Je verstoort de grond niet diep, maar je begint de teelt wel mooi schoon. Bovendien heb je nog steeds een aardige capaciteit.“
Ook precisielandbouwtechnieken die zich hebben bewezen, krijgen een plek op het bedrijf. Hij werkt daarbij met MyJohnDeere. “Ik maak bijvoorbeeld taakkaarten voor het zaaien. Op de hogere stukken zaaien we wat minder zaad, op de zwaardere plekken wat meer. Op die manier is de afrijping van het gewas, en daarmee ook de korrelvulling, gelijkmatiger. Verder maak ik gebruik van strooikaarten om de bemesting binnen een perceel te kunnen bijsturen. Ook op die manier probeer je met minimale inputs het maximale uit de percelen te halen.“
De nieuwste uitdaging is de suikerbietenteelt. “Dat gewas kwam op ons pad via grond- aankoop. Ik heb er wat quotum bijgekocht voor voldoende omvang. Op dit moment is de teelt niet zo interessant, maar ik mag graag een beetje anticyclisch denken.“
Een ander gewas waar hij graag meer energie in wil steken, is lupine. Een eiwitgewas zou goed passen in zowel de teelt als in het rantsoen van de kippen. “Ik ben heel benieuwd of dat lukt. Zo blijven we continu zoeken naar nieuwe wegen.“
»Ik wil graag aan de slag met de teelt van lupine.«
Johan Bouwhuis
Blijf in contact.
Hebt u suggesties, kritiek of lof voor de redactie? Schrijf ons
Bemærk: Vi kan kun behandle kommentarer, skrevet på engelsk.